woensdag 6 maart 2013


Farao Sechemchet

Sechemchet was de derde koning (farao) van de 3e dynastie. Zijn naam betekent "machtig van lichaam". De koning is ook bekend onder andere namen: Tyreis (Manetho) of Djoserti (canon van Turijn). De spellingsvariant Sekhemkhet is gebaseerd op de Engelse weergave van de naam.

De Biografie

De juiste afstamming van Sechemchet is niet duidelijk. Algemeen wordt aangenomen dat hij een zoon of een kleinzoon was van zijn voorganger Djoser. Tot 1951 was hij een van die zeer obscure koningen van het oude Egypte. Toen werd zuidwestelijk van Djosers grafcomplex onder het zand een begin van een trappenpiramide ontdekt, waarvan de constructie zeer geleek op die van Djoser. Het ziet er naar uit dat dit het onvoltooide grafmonument van Sechemchet is, onvoltooid omdat de koning stierf kort nadat de bouw begon. Het bewijs dat Sechemchet wel degelijk de bouwheer was werd geleverd toen vijf kruikstoppen van klei werden gevonden met zegelafdrukken met daarop zijn naam.

In het ondergrondse grafgedeelte van de onvoltooide piramide werd een rechthoekige sarcofaag van albast gevonden, die nog verzegeld was met gips. Bij het openen bleek hij echter vreemd genoeg leeg. Volgens Manetho regeerde Sechemchet 7 jaar, en Jürgen von Beckerath kent hem in zijn Chronologie des pharaonischen Ägypten een ongeveer even lange regeerperiode toe (2670-2663 v. Chr.).

Na zijn dood kwam er een cultus op voor het eren van de dode farao dit was echter normaal bij alle farao's maar zijn cultus bleven voortbestaan tot in de late periode.

Geschiedenis van het monument

Het gehele complex werd gebouwd door farao Sechemchet, de opvolger van Djoser. Het complex ligt dan ook vlakbij dat van Djoser en qua bouwplan zijn de gelijkenissen zeer groot. Volgens sommige egyptologen was de bouwer van beide complexen mogelijk dezelfde, namelijk de bekende architect Imhotep. Om nog onduidelijke redenen is op een gegeven moment de bouw stilgelegd en werd de site verlaten. Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat Horus Sechemchet hier niet is begraven. Dit onderzoek werd vooral uitgevoerd door Zakaria Ghoneim, die in 1951 het complex ontdekte. Ghoneim werd echter beschuldigd van diefstal en smokkel. In 1957 nam Jean-Phillipe Lauer hetvan hem over. Ghoneim pleegde twee jaren later zelfmoord. Pas in 1963 konden de opgravingen verdergaan. Het funerair complex is een verzameling grafmonumenten die farao Sechemchet liet bouwen in Saqqara, in de 27e eeuw v.Chr. Het complex is onafgewerkt. Er waren onder andere een piramide en een mastaba gepland.